Afrikaans: een taal die lacht
Het Afrikaans is voor ons Nederlanders en Vlamingen een taal om van te genieten. Niet alleen omdat het zo dicht bij het oude Nederlands ligt en je vaak verrassend veel begrijpt, maar vooral omdat het klinkt alsof iemand het Nederlands heeft teruggebracht tot de essentie en er vervolgens een flinke dosis creativiteit en humor aan heeft toegevoegd.
Waar komt het Afrikaans vandaan?
Afrikaans behoort tot de jongste talen ter wereld. Pas vanaf de zeventiende eeuw begon de taal zich te ontwikkelen aan de zuidpunt van Afrika. Toen de Nederlanders zich vanaf 1652 aan de Kaap vestigden, ontstond een samenleving waarin mensen uit allerlei delen van de wereld met elkaar moesten communiceren.
Naast Nederlandse kolonisten leefden er Khoikhoi, San en later ook tot slaaf gemaakte mensen uit Indonesië, India, Madagaskar en Oost-Afrika. Ook Duitse en Franse kolonisten droegen hun steentje bij. Uit die bijzondere smeltkroes ontstond langzaam een nieuwe taal.
De grammatica werd eenvoudiger dan die van het Nederlands, terwijl woorden uit verschillende talen werden overgenomen. Het resultaat was een zelfstandige taal die kort, direct en beeldend is. Je hoort nog altijd duidelijk de Nederlandse oorsprong, huis is bijvoorbeeld gewoon huis, maar tegelijk kent het Afrikaans talloze woorden en uitdrukkingen die nergens anders voorkomen.
Soms wordt gezegd dat het Afrikaans bewust werd ontwikkeld zodat de kolonisten hun personeel niet volledig konden verstaan. Dat klinkt als een mooi verhaal, maar taalkundigen zien de taal vooral als het natuurlijke resultaat van verschillende bevolkingsgroepen die dagelijks met elkaar moesten samenwerken en communiceren.
Van keukentaal naar officiële taal
Lange tijd werd Afrikaans niet als volwaardige taal gezien. Nederlands bleef de taal van kerk, onderwijs en bestuur, terwijl Afrikaans vooral thuis en op straat werd gesproken. Daar kwam verandering in toen in 1875 in Paarl het Genootskap van Regte Afrikaners werd opgericht. Deze groep schrijvers en predikanten zette zich in om het Afrikaans als zelfstandige taal te erkennen. Ze publiceerden de eerste Afrikaanstalige krant en stimuleerden het schrijven van boeken en gedichten.
In 1925 kreeg Afrikaans officieel dezelfde status als het Nederlands. Inmiddels spreken ruim zeven miljoen Zuid-Afrikanen Afrikaans als moedertaal en gebruiken nog miljoenen anderen de taal dagelijks.
Een taal met een complexe geschiedenis
Net als Zuid-Afrika zelf kent ook het Afrikaans een ingewikkelde geschiedenis. Tijdens de apartheid werd de taal door de regering gebruikt als bestuurstaal en werd zij voor veel Zuid-Afrikanen een symbool van onderdrukking. De studentenopstand in Soweto op 16 juni 1976 ontstond zelfs nadat scholieren verplicht werden onderwijs in het Afrikaans te volgen.
Toch vertelt dat niet het hele verhaal. Afrikaans is nooit uitsluitend de taal van Afrikaners geweest. Juist veel mensen uit de Kaapse kleurlingengemeenschappen spreken Afrikaans al generaties lang als moedertaal. Tegenwoordig wordt de taal gesproken door Zuid-Afrikanen uit uiteenlopende achtergronden en culturen en kent zij een levendige wereld van literatuur, muziek, theater en festivals.
Paarl: de geboorteplaats van het Afrikaans
Wie meer over de taal wil ontdekken, kan tijdens een bezoek aan de Kaapse Wijnlanden een stop maken in Paarl. Hier vind je het Afrikaanse Taalmuseum en het indrukwekkende Taalmonument, dat werd gebouwd ter ere van het ontstaan van het Afrikaans. Het is een verrassend leuke tussenstop voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis en cultuur van Zuid-Afrika.
Feest van herkenning
Voor reizigers in Zuid-Afrika is het Afrikaans vooral een feest van herkenning en verrassing. De woorden zijn kort, speels en vaak heerlijk beeldend.
Een paar favorieten die ik onderweg leerde kennen:
Padstal: de onweerstaanbare wegstalletjes langs de route.
Staproete: wandelroute, vaak prachtig aangegeven.
Bakkie: de pick-up waarmee half Zuid-Afrika lijkt rond te rijden.
Braai: veel meer dan een barbecue; een sociaal ritueel.
Lekkerny: alles wat lekker is, van melktert tot een goed glas wijn.
Gunsteling: favoriet.
Kuier: gezellig op bezoek gaan, met alle tijd van de wereld.
Reismaatjie: reisgenoot.
Robot: verkeerslicht.
Takkies: sportschoenen.
Voorbeeldzinnen die smaken naar Zuid-Afrika
Na 'n lang dag vol wynproewe sit ons uiteindelik in die eetkamer met 'n bottel Chenin en vars gebakte brood.
Die padstal net buite Tulbagh is my gunsteling stop: altyd 'n handvol droëwors en 'n glimlag by die toonbank.
By die plaasgastehuis voel jy die samesyn: kinders hardloop kaalvoet en oumas skink nog 'n koppie tee in.
“If you talk to a man in a language he understands, that goes to his head. If you talk to him in his own language, that goes to his heart.”