Afrikaans: een taal die lacht
Het Afrikaans is voor ons Nederlanders en Vlamingen een taal om van te genieten. Niet alleen omdat het zo dichtbij het oude Nederlands ligt en je vaak half begrijpt wat er staat, maar vooral omdat het klinkt alsof iemand het Nederlands heeft uitgekleed tot de essentie en er vervolgens een scheut humor en verbeelding overheen heeft gegoten.
Waar komt het Afrikaans vandaan?
Het Afrikaans is jong vergeleken met andere talen: pas in de 17e eeuw begon het zich te vormen aan de zuidpunt van Afrika, toen Nederlandse kolonisten zich in de Kaap vestigden. Hun taal vermengde zich met die van de tot slaaf gemaakten uit Azië, de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika zoals San en Khoikhoi, en later ook met Engels, Frans en Duits. Wat overbleef, was een nieuwe, zelfstandige taal die eenvoudiger is in grammatica dan het Nederlands, maar rijk aan beeldende woorden en invloeden. Soms wordt gezegd dat het Afrikaans bewust werd ontwikkeld zodat de meesters niet alles zouden verstaan. Waarschijnlijk was dat niet de hoofdoorzaak maar het speelde vast mee.
In het Afrikaans hoor je duidelijk de echo van het Nederlands (huis is gewoon huis), maar ook unieke vondsten die nergens anders voorkomen. Het is een taal van ontmoeting, van smeltkroes, van pragmatiek: korter, directer en tegelijk verrassend poëtisch.
Feest van herkenning
Voor reizigers in Zuid-Afrika is het Afrikaans een feest van herkenning en verrassing. De woorden zijn kort en speels. Een paar favorieten die ik onderweg leerde kennen:
Padstal: die onweerstaanbare wegstalletjes langs de route
Staproete: wandelroute, vaak prachtig aangegeven en altijd een ontdekking
Bakkie: de pick-up truck waarin half Zuid-Afrika rondrijdt
Braai: barbecue, maar in Zuid-Afrika veel meer dan dat: een ritueel van samen zijn
Lekkerny: alles wat goed smaakt: van een glas wijn tot een stuk melktert
Gunsteling: favoriet
Kuier: op bezoek gaan, met de impliciete belofte van uren tafelen en lachen
Reismaatjie: reisgenoot, maar liefdevoller en intiemer.
Voorbeeldzinnen die smaken naar Zuid-Afrika
Na ’n lang dag vol wynproewe sit ons uiteindelik in die eetkamer met ’n bottel Chenin en vars gebakte brood.
Die padstal net buite Tulbagh is my gunsteling stop – altyd ’n handvol droëwors en ’n glimlag by die toonbank.
By die plaasgastehuis voel jy die samesyn: kinders hardloop kaalvoet en oumas skink nog ’n koppie tee in.