Oorsprong van de safari
Het woord safari komt uit het Swahili en betekent letterlijk ‘reis’. Vandaag de dag denken we daarbij meteen aan tochten door de Afrikaanse wildernis, op zoek naar dieren in hun natuurlijke omgeving. Mensen zijn te gast, dieren zijn de baas.
Gamedrive
Een gamedrive is een tocht in een open terreinwagen, meestal bij zonsopkomst of in de late middag. Het vroege opstaan ervaar ik altijd als zwaar maar als je eenmaal onderweg bent in de kou en voelt en ziet dat de zon het landschap in gouden tinten zet, voelt het als een groot cadeau. Een gids neemt je mee de bush in. Olifanten, giraffen en antilopen laten zich vaak goed zien in het ochtendlicht. Ondertussen vertelt je gids over alles wat je onderweg tegenkomt.
Sundowner of Skemerkelkie in het Afrikaans
Een klassiek ritueel tijdens een safari in Zuid-Afrika is de sundowner. Zodra de zon richting horizon zakt, parkeert de gids op een mooie plek in de bush. Een klein tafeltje wordt uitgeklapt, de koelbox geopend en voor je het weet staat er een geïmproviseerde bar. Er is fris, wijn of bier, maar hét drankje bij zonsondergang blijft een gin & tonic.
Ranger & tracker
De gids die je door de bush rijdt, wordt gids of ranger genoemd. In privéreservaten gaat soms ook een tracker mee: een spoorzoeker die voorop de motorkap zit en paden afspeurt naar afdrukken van leeuwen, luipaarden, wilde honden of neushoorns. Zodra hij een spoor vindt, stapt hij af om het te volgen.
Selfdrive
Zuid-Afrika telt ruim twintig nationale parken en talloze natuurgebieden die door de provincies worden beheerd. Daar mag je met je eigen auto op pad: entree betalen, de kaart erbij en je volgt de wegen door uitgestrekte gebieden. Onderweg zijn er picknickplekken, vaak ook grote restaurants. Wie wil, kan extra activiteiten boeken, zoals begeleide wandelingen of een gamedrive met gids. Het Krugerpark en Addo Elephant National Park zijn goede voorbeelden.
Privéwildreservaten
Naast de nationale parken vind je privéreservaten. Het grote verschil naast de prijs: je mag er niet zelf rijden. Dat maakt de ervaring exclusiever, zonder files van auto’s die je uitzicht belemmeren. Een verblijf is doorgaans inclusief twee gamedrives per dag en vaak ook een wandelsafari. Omdat je buiten de officiële paden mag rijden, kun je bijvoorbeeld een jagende leeuwentroep volgen tot diep in de bush; iets wat in nationale parken alleen gebeurt als je toevallig op de juiste weg bent.
De Big Five
Ooit was de term een jachtbegrip: de vijf gevaarlijkste dieren voor jagers waren leeuw, luipaard, olifant, neushoorn en buffel. Tegenwoordig is het een van de grootste wensen van reizigers om deze vijf tijdens hun safari te zien.
Foto: Botlierskop
Het ritme van de bush
Wie in de bush verblijft, leeft mee met het ritme van de dieren. Dat betekent vroeg opstaan, nog vóór de zon verschijnt. Na een snelle kop thee en een rusk (soort compacte, zoete beschuit) stap je in de jeep. Terwijl de mist optrekt en de eerste vogels luid hun dag beginnen, komt de natuur langzaam tot leven. Bij zonsondergang herhaalt het schouwspel zich en is het opnieuw tijd om op pad te gaan. Als ik in Zuid-Afrika ben, merk ik na een paar dagen al dat mijn lijf zich aanpast aan dit ritme. Niet dat ik voor zonsopgang wakker ben, maar wel zodra de vogels lawaai maken.